Verklarende woordenlijst: A

Op deze pagina een tabel die afkortingen, medische termen en een aantal moeilijke woorden verklaart. Deze vinden hun toepassing in de biochemie, reguliere-, alternatieve-, additieve- en complementaire geneeskunde. In deze tabel staan alle woorden die met een 'A' beginnen. Voor de andere letters van het alfabet hebben we aparte pagina's gemaakt. Deze zijn te bereiken via het horizontale link-alfabet direct boven en onder de tabel.
• A • BCDEFGH I JKLMNOPQRSTUVWXYZ
Afkorting of woord: Verklaring:
A 1: Het aminozuur alanine.
2: Ampère, de eenheid van electrische stroomsterkte.
3: Eén van de bloedgroepen.
4: Adenosine.
5: Adenine.
AA 1: Aminozuur.
2: Anonieme alcoholisten.
3: Arachidonzuur, een omega-6 vetzuur.
4: Aplastische anemie.
5: Amyloïd A.
6: Arts-assistent.
AAA Aneurysma aortae abdominalis, oftewel aneurysma van de abdominale aorta.
AAAA Aneurysma aortae abdominalis atheroscleroticum, oftewel atherosclerotisch aneurysma van de abdominale aorta.
AAAAI Amerikaanse academie voor allergie, astma en immunologie.
AAB Algemeen aanduidingen besluit (warenwet).
AAC Acute allergische conjunctivitis.
AACC Antistof-afhankelijke cellulaire cytotoxiciteit.
AAD 1: Antibiotica geassocieerde diarree.
2: Alfa-antitrypsine deficiëntie.
AADC Aromatisch aminozuur decarboxylase.
AAF Algemeen arbeidsongeschiktheidsfonds.
AAG 1: Artsenfederatie additieve en alternatieve geneeskunde.
2: Arts voor arbeid en gezondheid.
AAH Analgetica-afhankelijke hoofdpijn.
Aambei Er bestaan inwendige, die zich binnen de anus bevinden en uitwendige. Aambeien (hemorroïde of haemorrhois) ontstaan door de uitzetting van aders van de endeldarm door stuwing in de anus.
AAPV Alopecia areata patiëntenvereniging. De AAPV is een landelijk werkende vereniging van en voor lotgenoten. Alopecia areata betekent 'pleksgewijze haaruitval'. Het is een aandoening die iedereen - man of vrouw, jong of oud - kan treffen.
AAR Antigeen-antistofreactie.
AAS 1: Anabole / androgene steroïden.
2: Atomaire absorptie spectrometrie. Een AAS instrument werkt volgens het principe dat elk metaal licht kan absorberen met een specifieke golflengte. Men kan er het gehalte van chemische elementen mee bepalen. Bijvoorbeeld een bepaling van mineralen, zware metalen of vluchtige zware metalen.
AASV Algemeen aanvaarde standaard gezinsverzorging.
AAT Alfa-antitrypsine.
AAW Algemene arbeidsongeschiktheidswet.
Ab Antilichaam of antistof.
ABA Abscisinezuur, een isoprenoïde.
Abacterisch Het vrij van bacteriën zijn.
ABB Artsenvereniging voor biofysische geneeskunde en bio-informatie therapie.
ABBE Aandoening aan het bewegingsapparaat in de bovenste extremiteit.
ABC 1: Academisch biomedisch centrum Utrecht.
2: Arbeid, bezigheid en creatief.
3: Ademweg vrijhouden, beademen en cardiale massage.
Abces of abscessus Dit is de, in een daarvoor niet bestaande holte in het lichaam, aanwezigheid van pus. Een abces wordt ook wel etterbuil genoemd.
ABE Acute bacteriële endocarditis.
ABGD Arts bedrijfs-gezondheidsdienst.
ABMT Autologe beenmergtransplantatie.
ABNG 1: Artsenvereniging voor biologische en natuurlijke geneeskunde.
2: Artsenvereniging tot bevordering van de natuurgeneeskunde. Natuurgeneeskunde is een vorm van geneeskunde die een fundamenteel vertrouwen heeft in het zelfgenezend vermogen van de mens. Ziekte betreft altijd de gehele mens en zijn omgeving, ook wanneer de klachten slechts plaatselijk schijnen te zijn. Omdat ziekte-verschijnselen en symptomen een gevolg kunnen zijn van het genezingsproces, houdt de natuurgeneeskunde zich derhalve niet primair bezig met het bestrijden van de ziekte en het behandelen van symptomen, maar richt zijn aandacht op de hele mens (holistisch) en heeft oog voor de samenhang van lichaam, ziel en geest. Natuurgeneeskunde richt zich dus op bevordering van het zelfgenezend vermogen door de natuurlijke genezingsprocessen in het lichaam te stimuleren en te activeren met natuurlijke, biologische, psychische en/of energetische methodes.
ABP 1: Androgeen-bindend peptide.
2: Androgeen-bindend proteïne. Eén van de eiwitten die, onder invloed van het follikelstimulerend hormoon of FSH, door de cellen van Sertoli in de zaadballen (teelballen of testes) worden geproduceerd. Het ABP eiwit bindt testosteron en vervult een rol bij de vorming van zaadcellen (spermatogenese of spermiogenese).
ABPA Allergische bronchopulmonale aspergillose.
ABS Acrylonitril butadieen styreen, een copolymeer.
Absorbens Een absorberend middel of stof. Het meervoud is absorbentia.
Absorberen Opslorpen, inzuigen of het in zich opnemen.
Absorptie Alle weefsels in het lichaam zijn in staat om andere, van buitenaf komende, stoffen in zich op te nemen (opslorping).
Abstergens Abstergentia zijn laxerende of afvoerende middelen.
ABV Amsterdamse biografische vragenlijst.
ABvC Algemene beroepsvereniging voor counselling. Hoewel counselling in Nederland steeds meer bekendheid verkrijgt is het voor velen een nog onbekend begrip. In Engeland en Amerika is het echter volledig geïntegreerd in de psychosociale hulpverlening. De professionele counselling-relatie met mensen wordt gebruikt om hen te helpen zichzelf te ontwikkelen en te helen. Om dit ook in Nederland te realiseren, hebben een aantal praktiserende counsellors besloten zich te verenigen in een beroepsvereniging.
ABVD 1: Adriamycine, bleomycine, vinblastine en DTIC.
2: Adriblastina, bleomycine, vinblastine en dacarbazine. Het is een combinatie van cytostatica.
ABVK Amsterdamse biografische vragenlijst voor kinderen.
ABW Algemene bijstandswet.
ac Op een recept betekent dit: ante cenam, ofwel vóór de maaltijd.
Ac 1: Acidum, ofwel zuur.
2: Symbool voor het actinium element uit het periodiek systeem.
AC 1: Audiologisch centrum.
2: Auto-immuun cholangitis.
3: Abdominale circumferentie.
4: Anticholinergicum.
5: Anticoagulans of anticoagulantia.
6: Adenylaatcyclase.
7: Amino chelaat of aminozuurchelaat.
8: Adriblastina en cyclofosfamide, een combi van cytostatica.
ACA 1: Acuut coronair syndroom.
2: Anticentromeer-antistof.
3: Acrodermatitis chronica atrophicans.
4: Anticardiolipine antistof.
ACAH Auto-immune chronisch actieve hepatitis.
Acaricide Dit is een middel dat mijten doodt.
ACAT Acetyl-coenzym A-cholesterol-acyltransferase.
ACBG Agentschap ten behoeve van het college ter beoordeling van geneesmiddelen.
ACBO Aortocoronaire bypass-operatie.
ACC 1: Akademie commissie voor de chemie.
2: Agenese van het corpus callosum.
Acceptor Een ontvanger.
AcCoA Acetyl-coenzym A.
Accretie Een vergroeiing van, in een normale toestand, gescheiden weefsels.
Accumulatie Het accumuleren - denk aan het opslaan van energie in een accu - of een opeenstapeling, ook wel cumulatieve werking genoemd.
ACD 1: Arteria coronaria dextra.
2: Atopische constitutionele dermatitis.
ACE 1: Allergisch contacteczeem.
2: Angiotensine omzettend (converterend) enzym.
3: Acetylcholinesterase.
4: Alcohol, chloroform en ether.
ACER Angiotensine converterende enzym-remmer.
Acetaat Azijnzuurzout.
ACh Acetyl-choline. ACh is een transmitterstof die betrokken is bij de overdracht van neuromusculaire prikkels.
AChE Acetyl-cholinesterase.
AChR Acetylcholine-receptor.
ACH Arm, borstkas en heup.
ACI Accu-check inform, een glucosemeter voor de glucosebepaling in volbloed.
Acidum Zuur.
ACK Amsterdams centrum voor kinderstudies.
ACM Academisch college voor mesologie.
ACMG Academisch centrum mondzorg Groningen.
ACN 1: Acetanilide.
2: Anthocyanine.
Acne Een ontsteking van de talgklieren van de huid. Er ontstaan puisten of meeëters (aangezichtsvin), vaak veroorzaakt door hormonale veranderingen tijdens de puberteit.
ACP Acyl vervoerend proteïne. ACP is van belang voor de synthese van cholesterol en vetzuren.
ACPA Anticytoplasmatische antistof.
ACS 1: Arteria coronaria sinistra.
2: Acuut coronair syndroom.
3: Adenoom carcinoom sequentie.
ACSW Academisch centrum sociale wetenschappen.
ACT 1: Alfa-chymotrypsine.
2: Geactiveerde stollings-tijd.
ACTA Academisch centrum tandheelkunde Amsterdam.
ACTB Advies-commissie toelating en begeleiding.
ACTH Het adrenocorticotroop hormoon van de hypofysevoorkwab. ACTH wordt ook wel corticotrofine of corticotropine genoemd.
Activator Een stof die zorgt dat een andere stof werkzaam wordt.
ActiZ ActiZ is een organisatie van zorgondernemers met, stand 1 januari 2008, 450 leden. Deze organisatie vertegenwoordigt zorgondernemers in een verpleeghuis, verzorgingshuis, de thuiszorg, jeugdgezondheidszorg en kraamzorg.
ACTP Adrenocorticotroop polypeptide.
Acupunctuur Als onderdeel van de traditionele Chinese geneeswijzen, de TCM of TCG, mag ook acupunctuur zich over een steeds groter wordende belangstelling verheugen.
Acuut Plotseling beginnend en meestal snel verlopend.
ACV 1: Aciclovir.
2: Adviescommissie verslavingszorg.
ACVP Adriblastina, cyclofosfamide en VP16. Het is een combinatie van cytostatica.
AD 1: Alzheimer ziekte (ziekte van Alzheimer).
2: Antidecubitus.
3: Arbeidsdeskundige.
4: Androgene deprivatie.
5: Auris dextra, het rechter oor.
6: Atopische dermatitis ofwel constitutioneel eczeem.
ADA Een enzym in het purine-metabolisme: adenosine-desaminase. In de cellen van het lymfatische systeem wordt de grootste activiteit van het ADA enzym aangetroffen.
Adamantine Tandglazuur.
ADB Ambulante deeltijd behandeling.
ADC Aids-dementie-complex.
ADCA Autosomaal dominante cerebellaire ataxie.
ADCC Antilichaam afhankelijk cel-gemedieerde of cellulaire cytotoxiciteit.
ADD Aandachts-tekort stoornis. ADD is een vorm van ADHD waarbij de hyperactiviteit niet voorkomt.
ADDH Aandachts-tekort stoornis met hyperkinesie.
Additief Een stof die aan voedingsmiddelen wordt toegevoegd. Zo'n toevoeging moet bijvoorbeeld de geur, houdbaarheid, kleur of smaak verbeteren. Het meervoud is additieven.
Ade Adenine.
ADEM Acute gedissemineerde encefalomyelitis.
ADF Angst, dwang en fobie.
ADH 1: Een enzym dat alcohol in de lever oxideert, alcohol dehydrogenase.
2: Aldehyde-dehydrogenase.
3: Antidiuretisch hormoon.
4: Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Volgens de warenwet de dosis die benodigd is om geen tekorten te laten ontstaan. Er wordt hierbij logischerwijs geen rekening gehouden met een eventuele verhoogde behoefte of de persoonlijke omstandigheden. Op de etiketten kunnen we ook RLV of RDA tegenkomen. Ze hebben een gelijke betekenis.
ADHD Aandachts-tekort stoornis met hyperactiviteit. Men noemt ADHD ook wel 'alle dagen heel druk'.
ADI 1: Aanvaardbare dagelijkse inname.
2: Aanbevolen dagelijkse inname.
Adipositas Corpulentie, vetlijvigheid of vetzucht, wordt ook obesitas genoemd.
Adjuvans Een toevoeging aan een geneesmiddel of medicijn die de werking ervan versterkt. Het meervoud is adjuvantia.
Adjuvant Als bijvoeglijk naamwoord: aanvullend, behulpzaam, ondersteunend of toegevoegd.
ADL 1: Activiteiten in het dagelijkse leven.
2: Algemene dagelijkse levensverrichtingen.
ADMA Asymmetrisch dimethylarginine.
ADO Arbeid, dagbesteding en opleiding.
ADONIS Alcohol, drugs en overige middelen Nederlands informatie systeem.
ADP 1: Antidiuretisch principe.
2: Adenosinedifosfaat. Bij diverse processen in het lichaam waar energie overgedragen wordt is ADP benodigd. Verder is het een voorloper van adenosinetrifosfaat en activeert een aantal enzymen.
ADPKD Vertaald is dit: autosomaal dominante polycysteuze nierziekte.
ADPN Autosomaal dominante polycysteuze nierziekte.
ADR Vertaald is dit: bijwerking van een geneesmiddel.
Adrenaline Hormoon uit het bijniermerg.
ADS 1: Aandachtstekort-stoornis syndroom.
2: Antibiotica deficiëntie syndroom na het innemen van breedspectrum antibiotica. Onder andere micro-organismen in de mond en darm, die hier gevoelig voor zijn, kunnen hierdoor afsterven.
AE 1: Antitoxine eenheid.
2: Immuniteits-eenheid.
AED Automatische externe defibrillator.
AES Atomaire emissie spectrometrie.
AES-ICP Atomaire emissie spectrometrie met inductief gekoppeld plasma.
AF 1: Audiofrequent.
2: Atrium fibrillatie of fibrilleren. Een toestand van het hart waarbij de hartspieren zich snel en zonder coördinatie samentrekken. Het wordt ook wel fladderen genoemd.
3: Alkalische fosfatese. De waarde hiervan, die bij een kind hoger ligt dan bij een volwassene, kan tijdens een bloedonderzoek gemeten worden.
AFBZ Algemeen fonds bijzondere ziektekosten.
AFC Antilichaam-vormende cel.
Afla Aspergillus flavus, een soort uit het schimmelgeslacht Aspergillus. Zie ook: aflatoxine hier onder.
Aflatoxine Sommige soorten schimmels uit het Aspergillus geslacht zijn ziekteverwekkend ofwel pathogeen. Op ondeugdelijke pinda's (aardnoten of olienoten) vinden we aflatoxine. Het is een product uit de stofwisseling van de schimmel Aspergillus flavus wat giftig is. Deze aflatoxinen, metabolieten of mycotoxinen, kunnen aanleiding zijn voor het ontstaan van leverkanker.
AFM Atomaire kracht microscoop.
AFO 1: Autonoom functie onderzoek.
2: Enkel-voet orthese. Een hulpmiddel in de vorm van een beugel of spalk wat de enkel en voet steun geeft en stabiliseert.
AFP 1: Arteria femoralis profunda.
2: Alfa-foetoproteïne.
3: Anatomie, fysiologie en pathologie.
4: Ambulante forensische psychiatrie.
AFT Autogene frequencie therapie.
Aften Pijnlijke zweertjes van het mondslijmvlies, soms ook van de vulva.
Ag 1: Symbool voor het zilver (argentum) element uit het periodiek systeem.
2: Antigeen. Dit is een stof die in het organisme als lichaamsvreemd wordt gezien. Vervolgens wordt er door het immuunsysteem een afweer reactie op gang gebracht.
AG 1: Adviserend geneeskundige.
2: Assistent(e) gezondheidszorg.
3: Alternatieve geneeswijze.
AGA Alimentair geïnduceerde aandoening.
AGB 1: Algemene gezondheidszorg en beroepen.
2: Algemeen gegevensbeheer zorgverleners. Deze zorgregistratie wordt door Vektis gedaan.
AGE 1: Algemene gezondheidszorg en epidemiologie.
2: Geavanceerd glycosilatie eindproduct. Een AGE is een geglycosileerd eiwit.
AGF Aardappelen, groenten en fruit.
AGG Ambulante geestelijke gezondheidszorg. Zie ook: AGGZ.
Agglutinatie 1: Een samenkleving van kleine deeltjes om zodoende vreemde stoffen te verwijderen die niet in bijvoorbeeld de neus of het oor thuishoren.
2: De samenklontering van bijvoorbeeld rode bloedlichaampjes of bacteriën.
Agglutineren Het samenklonteren of aaneenkleven.
AGGZ Ambulante geestelijke gezondheidszorg. Ambulante zorg is een vorm van, in dit geval, geestelijke hulpverlening en begeleiding waarbij men niet hoeft te worden opgenomen in een (zorg) instelling.
AGIKO Assistent-geneeskundige in klinisch onderzoek.
AGIO Assistent-geneeskundige in opleiding.
AGLT Zure-glycerol lysis test.
AGN 1: Acute glomerulo-nefritis.
2: Ayurvedisch gezondheidscentrum Nederland.
AGNIO Assistent-geneeskundige niet in opleiding.
AGO 1: Algeheel geneeskundig onderzoek.
2: Arbeid, gezondheid en opvoeding.
AGS Adreno-genitaal-syndroom. AGS is een erfelijke ziekte, waarbij een stoornis optreedt in de aanmaak van (steroïd)hormonen in de bijnierschors.
AGSW Antistof tegen glad spierweefsel.
AGW 1: Adem grenswaarde.
2: Anogenitale wratten, het is de meest voorkomende virale sexueel overdraagbare aandoening (SOA).
AGZ Algemene gezondheidszorg.
Ah Ampère-uur.
AH 1: Abdominale hysterectomie.
2: Apotheekhoudend huisarts.
AHC Acute hemorragische conjunctivitis.
AHF Antihemofilie factor.
AHG 1: Antihumaan globuline.
2: Antihemofilie globuline.
AHL Acylhomoserinelacton.
AHNP Acute hemorragische necrotiserende pancreatitis.
AHO Achter het oor toestel (hoortoestel).
AHOP Adipositas, hyperthermie, oligomenorroe en parotitis.
AHTR Acute hemolytische transfusiereactie.
AI 1: Auto-immuun.
2: Artificiële inseminatie.
3: Adequaat niveau van inneming.
4: Aviaire influenza.
5: Aorta-insufficiëntie.
AID Anti-inflammatoir geneesmiddel.
AIDS Het verkregen of verworven immuno-deficiëntie syndroom. Het is een syndroom dat wordt veroorzaakt door het HIV-virus. Bij AIDS wordt de afweer van het lichaam langzaam afgebroken. AIDS wordt gekenmerkt door een specifieke vermindering van de T-cellen en het ontstaan van karakteristieke secundaire infecties.
AIF Apoptose inducerende factor.
AIG Algemene inwendige geneeskunde.
AIH Auto-immuun hepatitis. AIH is een aandoening waarbij de lever ontstoken is doordat het afweersysteem zich, om tot nog toe onbekende redenen, tegen de lever richt.
AIHA Auto-immuun hemolytische anemie.
AIL Angio-immunoblastische lymfadenopathie.
AILD Angio-immunoblastische lymfadenopathie met dysproteïnemie.
AIN Acute interstitiële nefritis.
AIO Assistent(e) in opleiding.
AION Anterieure ischemische opticusneuropathie.
AIOS 1: Arts in opleiding tot specialist.
2: Assistent in opleiding tot specialist.
AION Anterieure ischemische opticus neuropathie.
AIP Aldosteron geïnduceerde proteïne.
AIS 1: Apotheek informatie systeem.
2: Androgeen ongevoeligheids-syndroom.
3: Algemene intravasale stolling.
4: Artsen informatiesysteem.
AISA Verkregen idiopathische sideroblastaire anemie.
AITP 1: Auto-immuun trombocytopenie.
2: Autoimmuun trombocytopenische purpura.
AIVA Algemene en internationale volksgezondheids-aangelegenheden.
AIZ 1: Auto-immuunziekte.
2: Afdeling voor intensieve zorg.
AJN Artsen jeugdgezondheidszorg Nederland.
AJO Adviesbureau voor jongeren en ouders.
AKA Anti-kern-antilichaam.
AKBA Acetyl-keto-bèta boswellia zuur.
AKC 1: Atopische kerato-conjunctivitis.
2: Afdeling klinische chemie.
AKF Antikern-factor, ANF wordt ook gebruikt.
AKG Alkoxylglycerol.
AKJ 1: Advies- en klachtenbureau jeugdzorg.
2: Advies- en klachtenburo jeugdhulpverlening.
AKSV Algemene kokswaren en snackproducenten vereniging.
Al 1: Antilichaam.
2: Symbool voor het aluminium element uit het periodiek systeem.
Ala Het aminozuur alanine.
ALA 1: Alfa-linoleenzuur, een omega-3 vetzuur.
2: Aminolevulinezuur.
3: Alfa-liponzuur.
Alanine Alanine of L-alanine is één van de aminozuren.
ALAT Alanine-aminotransferase. Dit is een enzym waarvan de hoeveelheid tijdens een bloedonderzoek vastgesteld kan worden.
ALBA Allergenenbank, het is een databank met gegevens over overgevoeligheid ten aanzien van voedsel.
Albumine Albumine is een eiwit wat in water oplost.
ALC 1: Alcoholische levercirrose.
2: Acetyl-L-carnitine. Het is een vorm van L-carnitine die stabiel gemaakt is.
ALCAR Acetyl-L-carnitine. Zie ook ALC hierboven.
ALCAT Antigeen leucocyten cellulaire antistoffen test.
ALCO Algemeen co-assistentschap.
Alcohol Een chemische stof die wordt afgeleid van koolwaterstof.
ALD Adrenoleukodystrofie.
ALDIO Assistent laboratoriumdiagnostiek in opleiding.
Aldosteron Een hormoon van de bijnierschors.
Alfa-antitrypsine Een trypsine remmend eiwit. Een test door het laboratorium kan onder andere ontstekingen aan het licht brengen.
Alfa-liponzuur Een zowel in vet als water oplosbare antioxidant. Dit zuur kan zodoende zijn werk in en buiten de lichaamscellen doen.
ALFMV Algemene landelijke federatie minder-validen.
ALG Antilymfocyten-globuline.
Algesie Een voor pijn verhoogde gevoeligheid.
Algidus IJskoud.
Algurie Plassen (urinelozing) wat (die) gepaard gaat met pijn.
Alifatisch Met betrekking tot vetten.
Alimentair Wat met voeding te maken heeft.
Alimentatie Binnen deze context: voeding.
Alkali Stof die in verbinding met zuur een zout vormt.
Alkaloïden Een alkaloïd wordt, laag gedoseerd, ook in geneesmiddelen toegepast. Het zijn stikstofhoudende bestanddelen van planten die een sterke werking vertonen.
ALL 1: Acute lymfatische leukemie.
2: Acute lymfoblastische of lymfoblastaire leukemie.
3: Acute lymfocytaire leukemie.
Allergenen Lichaamsvreemde stoffen die allergische reacties kunnen veroorzaken.
Allergie Een, soms heftige, reactie opgeroepen door een overgevoeligheid voor bepaalde stoffen. Deze website bevat 3 pagina's met allergie als onderwerp:
Allergie regulier bekeken.
Allergie en acupunctuur volgens de traditionele Chinese geneeswijzen (TCM).
Allergie en Ayurveda, allergie en intolerantie ayurvedisch bekeken.
ALMN Adreno-leuko-myelo-neuropathie.
ALO Academie lichamelijke opvoeding.
ALS 1: Antilymfocytenserum.
2: Amyotrofische lateraalsclerose.
3: Amyotrofe laterale sclerose (lateraalsclerose).
4: Vertaald is dit: geavanceerd levens-support.
ALT Alanine aminotransferase. Zie ook: ALAT.
ALVA Apparatuur voor lichamelijk, visueel en auditief gehandicapten.
Alvleesklier Pancreas. Deze heeft een endocriene functie en scheidt een voor de spijsvertering belangrijk sap af, het pancreassap.
ALW Aard- en levenswetenschappen.
ALZ Alfa-linoleenzuur. De afkorting ALA wordt vaker gebruikt.
Am Symbool voor het americium element uit het periodiek systeem.
AM Amplitudemodulatie.
AMA Antimitochondriën-antistoffen.
Amalgaam Word (werd) gebruikt als vulling voor tanden en kiezen. Het is een verbinding van metaal met kwikzilver.
AMAN Acute motorische axonale neuropathie.
Amandel Tonsil. Lymfatisch orgaan, links en rechts achterin de mondholte.
AMC Academisch medisch centrum Amsterdam.
AMCR Anaerobic moving curved rods. Dit kan b.v. de Trichomonas vaginalis zijn met vaak ook bacteriële infecties.
AMD Aan de leeftijd gerelateerde macula-degeneratie, een belangrijke oorzaak van blindheid.
Amenorroe of amenorrhoea Het uitblijven van de menstruatie wat ontstaat in de hypothalamus.
Ameube Zie: amoebe.
Amfetaminen Zie: wekaminen.
AMI Acuut myocardinfarct.
Aminozuren Zij vormen bouwstenen van de eiwitten en zijn organische zuren van vaak gecompliceerde structuur.
AMK Advies- en meldpunt kindermishandeling.
AML Acute myeloïde leukemie.
AMN Adrenomyeloneuropathie.
Amnesie Geheel of gedeeltelijk verlies van het geheugen.
Amoebe of amoeba Een ééncellig diertje dat zich voortbeweegt op schijnvoetjes en gemakkelijk van vorm verandert.
AMP Adenosinemonofosfaat.
Ampul Een glazen buisje, bijvoorbeeld voor het opslaan van een injectiestof of gevuld met materiaal benodigd voor testdoeleinden.
AMS 1: Alfa-methylstyreen.
2: Alfa-methylstyrol.
3: Arteria mesenterica superior.
AMV Adem-minuut-volume.
AMW Algemeen maatschappelijk werk.
an Op een recept betekent dit: voor de nacht.
AN Acrylonitril.
ANA 1: Antistoffen tegen nucleaire antigenen.
2: Antinucleaire antistof of antilichaam, ANF wordt ook gebruikt.
Anaal Tot de anus behorend.
Anaboliet Anabole metaboliet.
Anabolisme De opbouwende fase in het stofwisselingsproces (opbouwend metabolisme). Wordt ook wel assimilatie genoemd.
Analgeticum Een geneesmiddel dat pijnstillend werkt.
Anamnese Het intake gesprek, om zodoende gegevens te verzamelen over het ontstaan van een aandoening of ziekte.
Anatomie De leer van de samenstellende delen van het menselijk lichaam (ontleedkunde).
ANBI Algemeen nut beogende instelling.
ANBN Stichting anorexia en boulimia nervosa.
ANBO Algemene Nederlandse bond van ouderen.
ANBoS Algemene Nederlandse bond van schoonheidsinstituten.
ANC Absoluut neutrofielen (neutrofiele granulocyten) aantal.
ANCA Anti-neutrofiele cytoplasmatische antistof.
Androgeen Mannelijke kenmerken veroorzakend.
Androgene stoffen Hormonen die een vermannelijking tot gevolg hebben. De kenmerken worden bij de man versterkt en bij de vrouw veroorzaakt.
Anemie of anaemia Bloedarmoede met onder andere als kenmerk een te laag gehalte aan hemoglobine (Hb).
ANF 1: Atrium-natriuretische factor.
2: Anti-nucleaire factor, ANA wordt ook gebruikt.
3: Atriaal-natriuretische factor.
ANG Alliantie van natuurlijke geneeswijzen.
Angina Elke aandoening die gepaard gaat met een pijnlijk gevoel van verstikking.
ANGNN Academie voor natuurlijke geneeswijzen noord-Nederland.
ANGO Algemene Nederlandse gehandicapten organisatie.
Angulair Hoekvormig.
Angulus Hoek.
ANH Acute normovolemische hemodilutie.
ANIB Algemene Nederlandse invalidenbond.
Anisakiasis De zogenoemde haringwormziekte. De larve van Anisakis, die sporadisch in ongezouten verse haring voorkomt, kan bij de mens acute etterige darmwandontsteking veroorzaken.
ANLL Acute niet-lymfatische leukemie.
ANP Atrium- (atriaal- of atrio-) natriuretisch peptide.
ANT Associatie Nederlandse tandartsen.
Anthelminthicum Geneesmiddel tegen infecties van wormen in het maag-darmkanaal.
Antibioticum Chemische stof die bacteriën kan doden of het vermenigvuldigen hiervan verhindert. Het meervoud is antibiotica.
Anticonceptie Alle middelen die bevruchting moeten voorkomen.
Antigeen Een lichaamsvreemde stof, het is meestal een eiwit, die de vorming van een specifieke antistof veroorzaakt en zich daar aan bindt. Het meervoud is antigenen.
Antigliadine Er zijn mensen die absoluut niet tegen gluten in hun eten kunnen. Deze gluten komen echter in veel voedingsmiddelen voor. Eén van de stoffen die we in gluten aantreffen is het eiwit gliadine. Het aanwezige gehalte aan antigliadine in de ontlasting (feces) kan in het laboratorium bepaald worden.
Antilichamen Zie: antistoffen iets lager op deze pagina.
Antimycoticum Een geneesmiddel tegen schimmelinfecties.
Antioxidans of antioxidant Een stof die oxydatie tegengaat.
Antistoffen Antistoffen of antilichamen zijn eiwitten die in het bloedserum voorkomen. Ze worden gevormd als beschermende reactie op in het lichaam binnengedrongen antigenen. Dit binnendringen kan naar aanleiding van een infectie gebeuren of door inenting ontstaan. De antistof kan met het antigeen een, voor het lichaam niet meer schadelijke, verbinding aangaan. Zie ook: immunoglobulinen.
Antiviraal Het tegen een virus werkzaam zijn.
Antropologie De leer van de natuurlijke eigenschappen van de mens.
ANTTT Artsenvereniging voor niet-toxische tumortherapie.
ANUG Acute necrotiserende ulceratieve gingivitis.
ANVAG Algemene Nederlandse vereniging voor ayurveda geneeskunde.
ANVC Algemene Nederlandse vereniging van contactlens-specialisten.
ANW 1: Avond, nacht en weekend.
2: Algemene natuur-wetenschappen.
3: Algemene nabestaandenwet.
ANZ Algemene Nederlandse zuivelbond.
ANZN Academie voor natuurgeneeskunde Zuid-Nederland.
AO 1: Anonieme overeters.
2: Arbeidsongeschiktheid.
AOE Angiotensine omzettend enzym. De afkorting ACE wordt vaker gebruikt.
AOF Arbeidsongeschiktheidsfonds.
AOK Achterste oogkamer.
AOL Acute ongedifferentieerde leukemie. AUL wordt ook gebruikt.
AOM Acute otitis media.
AOP 1: Arbeidsongeschiktheidspensioen.
2: Adipositas, oligomenorroe en parotiszwelling.
Aorta Een uit de linker hartkamer ontspringende grote slagader in het lichaam.
Aorticus Met betrekking tot de aorta of hiertoe behorend.
Aortitis Ontsteking van de aortawand.
Aortografie Na het inspuiten van een contrastvloeistof kan met behulp van röntgenapparatuur de aorta en vertakkingen onderzocht worden.
Aortogram Het door middel van een röntgenfoto verkregen beeld tijdens de aortografie.
AOS Androgeen ongevoeligheids-syndroom.
AOT Adem- en ontspannings-therapie.
AOV 1: Algemeen ouderen verbond.
2: Arbeidsongeschiktheidsverzekering.
AOW Algemene ouderdomswet.
AP 1: Anus praeternaturalis.
2: Angina pectoris.
3: Alkalische fosfatase, AF wordt ook gebruikt.
4: Acute patiënt.
5: Antipsychoticum.
6: Actie-potentiaal.
7: Anaemia perniciosa, ofwel pernicieuze anemie.
8: Amnion-punctie, een punctie van het lamsvlies.
9: Arteria-pulmonalisdruk.
Apathie, apathisch Ongevoeligheid voor indrukken van buitenaf, lusteloosheid.
APC 1: Antigeen presenterende cel. Verwekkers van ziekten kunnen door de APC's worden opgenomen en vervolgens afgebroken.
2: Adenomateuze polyposis coli.
3: Geactiveerd proteïne-C.
4: Acetosal-paracetamol-cafeïne (coffeïne). Een lang bekend koortswerend en pijnstillend middel tegen hoofdpijn, spierpijn en andere pijnen.
5: Adenoïd-pharynx-conjunctiva, een tot de adenovirussen gerekende groep virussen.
APCA Anti-pariëtale-cellen antistof.
APCP Amsterdams patiënten consumenten platform. De APCP behartigt de belangen van mensen die lijden aan migraine, spierspannings-hoofdpijn, aangezichtspijn, clusterhoofdpijn of chronische dagelijkse hoofdpijn.
APD 1: Pamidroninezuur.
2: Acuut psychiatrische dienst.
3: Automatische peritoneaal dialyse.
4: Amino-hydroxypropylideen-difosfonaat.
APF Anti-perinucleaire factor.
APKD Vertaald is dit: autosomaal polycysteuze nierziekte.
APL Acute promyelocytaire leukemie.
APLA Abortus provocatus lege artis.
APLD Automatische percutane lumbale discectomie.
APO 1: Apolipoproteïne.
2: Algemeen periodiek onderzoek.
APP Amyloïde precursor proteïne.
Appendix Aanhangsel. Bijvoorbeeld het wormvormig aanhangsel van de blindedarm, ofwel appendix vermiformis.
APR Achillespees-reflex.
APS 1: Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis.
2: Adenosine-fosfosulfaat.
3: Actie potentiaal simulatie.
4: Acute pijn service.
APSAC Geacyleerd plasminogeen streptokinase activerend complex.
APTT Geactiveerde partiële tromboplastinetijd. Dit wordt ook wel cefalinetijd genoemd en deze kan tijdens een bloedonderzoek gemeten worden.
APUD Amine-voorloper, opname en decarboxylatie.
APZ Algemeen psychiatrisch ziekenhuis.
AQP Aquaporine.
Ar Symbool voor het argon element uit het periodiek systeem.
AR Allergische rinitis.
Ara Arabinose.
ArA Aromatische amine.
ARAM Antigeen receptor activatie motief.
ARAS Ascenderend reticulair activerend systeem. Dit systeem bestaat uit een groep neuronen in de hersenstam - onderdelen van de reticulaire formatie - en een diep in het centrum van de grote hersenen liggende groep neuronen, onderdeel van de thalamus. Voor een normaal bewustzijn is het ARAS essentieel.
ARB Angiotensine-receptor-blokkeerder of blokker.
ARBO Arbeidsomstandigheden.
Arbovirussen Een verzamelnaam voor virussen welke door geleedpotigen (artropoden) overgebracht worden. Denk hierbij maar aan muggen en teken.
ARC AIDS-gerelateerd complex.
Arcade Anatomische structuur in de vorm van een boog.
Arcuaris Boogvormig.
Arcus Boog.
ARD Acute respiratoire ziekte.
ARE Amoxicilline resistente Enterococcus.
ARF Acute nierinsufficiëntie.
Arg (R) Het aminozuur arginine.
Arginine Arginine of L-arginine is één van de semi-essentiële aminozuren.
ARGO Advies en onderzoek in de gezondheidszorg en ouderenzorg.
ARI Anti-resus immunoglobuline.
ARIN Acute omkeerbare intrinsieke nierinsufficiëntie.
ARS Arterio-renale stenose.
ART 1: Anti-repressor translatie.
2: Attentie restoratie theorie.
3: Algemene relativiteitstheorie.
Arterie of arteria Een slagader of bloedvat waarin het bloed in een richting van het hart af stroomt. De belangrijkste is, er zijn er vele, de aorta.
Arteriitis Een ontsteking van de slagaderwand.
Arteriosclerose of arteriosclerosis Verharding van het weefsel van de wand der slagaders waardoor deze niet meer soepel blijft. Men noemt het meestal slagaderverkalking.
Artificieel of artificialis Kunstmatig.
Artritis of arthritis Gewrichtsontsteking.
Artropoden Geleedpotigen.
Artrose of arthrosis De meest op hogere leeftijd voorkomende degeneratie van gewrichten.
ARUI Antireflux ureter-ileum.
ARV AIDS-geassocieerd retrovirus.
As 1: Het aminozuur aspartaat.
2: Symbool voor het arseen (arsenicum) element uit het periodiek systeem.
AS 1: Aortastenose.
2: Atherosclerose.
3: Anabole steroïden.
4: Auris sinistra, het linker oor.
ASA 1: Acetylsalicylzuur.
2: Aminosalicylzuur.
3: Anti-spermatozoën- of antispermatozoa-antistof. Een antistof die bevruchting verhindert door zich aan spermatozoa te hechten.
ASAS Astrologische associatie. De ASAS is een vakvereniging van astrologen.
ASAT 1: Aspartaat-amino-transferase. ASAT is een enzym wat betrokken is bij de aanmaak van eiwitten. Een verhoogd ASAT past onder andere bij een leverontsteking (hepatitis) of schade aan de spieren. Wanneer de ASAT-waarde meer is verhoogd dan de ALAT-waarde duidt dit vaak op een vergiftiging.
2: Asparagine-amino-transferase. De hoeveelheid hiervan kan tijdens een bloedonderzoek vastgesteld worden.
ASB Antishockbroek.
Ascorbinezuur Vitamine C.
ASD 1: Adenylsuccinase-deficiëntie.
2: Autisme spectrum stoornis.
3: Atrium-septum defect. Dit betekent een opening in het tussenschot van het hart. Het ASD en PFO ofwel 'patent foramen ovale' zijn beide aangeboren openingen in het tussenschot van de boezems in het hart. Zowel bij een ASD als bij een PFO vermengt zuurstofrijk bloed uit de linkerboezem zich met zuurstofarm bloed uit de rechterboezem. Bij een ASD stroomt het bloed van de linker- naar de rechter boezem. Bij een PFO is dit omgekeerd: hierbij kan bloed van de rechter- naar de linker boezem stromen.
Aseptisch Vrij van ziektekiemen.
ASF 1: Agrarisch sociaal fonds.
2: Algemeen sociaal fonds.
ASG Anion stabiliserende groep.
ASH 1: Asymmetrische septale hypertrofie.
2: Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit.
ASK Antistreptokinase.
ASM Ademstimulerende massage.
Asn (N) Het aminozuur asparagine.
ASN Actieve kweek-supernatant.
ASO Antistreptolysine O.
Asomnie Slapeloosheid.
Asp De afkorting voor asparaginezuur.
ASP 1: Asparaginase.
2: Apotheek service punt.
Asparaginezuur Asparaginezuur of L-asparaginezuur is een aminozuur.
ASPS Antisociale persoonlijkheidsstoornis.
ASR 1: Antistreptolysine reactie.
2: Aldosteron secretie waarde.
3: Analytisch-synthetische respons.
ASS 1: Autisme spectrum stoornis.
2: Acute stress-stoornis.
3: Arginino-succinezuur-synthetase.
4: Atypische somatoforme stoornis.
5: Academie voor sociale studies.
Assay Analyse (essaai, keuring of toets).
Assimilatie Het in het lichaam verwerken van verschillende voedingsstoffen door een hele reeks scheikundige processen.
AST 1: Ademstoot-test.
2: Anti-streptolysine-titer.
3: Ayurvedisch schoonheids-therapeut.
Astma of asthma Een belemmering in de doorgang van de luchtwegen. Men spreekt ook wel over benauwdheid, ademnood of aamborstigheid en men bedoelt meestal astmatische bronchitis.
Astrocyt 1: Cel van het beenweefsel.
2: In het centrale zenuwstelsel vinden we stervormig vertakte gliacellen met korte dan wel lange uitlopers, de astrocyten. Zie ook: macroglia.
Astroglia Zie: macroglia.
ASV Federatieve vereniging van specialisten in academische ziekenhuizen. Het is nu de 'Orde van medisch specialisten' die na een fusie in januari 1997 ontstaan is.
Asymptomatisch Zonder ziekteverschijnselen.
ASZ 1: Acetylsalicylzuur.
2: Albert Schweitzer ziekenhuis.
At Symbool voor het astaat (astatium) element uit het periodiek systeem.
AT 1: Antitoxine.
2: Arbeidstherapie.
3: Alt-tuberculine.
4: Applanatie-tonometrie.
5: Antitrombine. AT vermindert de werking van trombine en remt zodoende diverse actieve bloedstollings-factoren.
ATA Atmosfeer absoluut.
ATBC Alfa-tocoferol, beta-caroteen.
ATC 1: Academisch transmuraal centrum.
2: Automatische temperatuur controle.
3: Anatomisch, therapeutisch en chemisch.
ATCL Volwassen T-cel lymfoom.
ATE Adenotonsillectomie.
ATG 1: Anti-T-celglobuline.
2: Anti-thymocyten globuline of antithymocyten immunoglobuline.
ATL Volwassene T-cel leukemie.
ATLL Volwassene T-cel leukemie lymfoom.
Atm Atmosfeer.
ATM 1: Acute transversale myelitis.
2: Acute transversale myelopathie.
ATN Acute tubulusnecrose.
ATNR Asymmetrische tonische nekreflex.
Ato Atmosfeer overdruk.
Atopie Een aangeboren of erfelijke constitutie. Deze veroorzaakt dat het lichaam overgevoelig reageert op het in contact komen met een stof of allergeen. We vinden atopische allergenen onder andere in het stuifmeel van grassen, huisstof, voedingsmiddelen en de ook in Nederland steeds meer voorkomende Ambrosia plant.
Atopisch Met betrekking tot een atopie. Atopische ziekten of een atopisch syndroom. Een paar voorbeelden hiervan: allergisch astma, hooikoorts en constitutioneel eczeem.
ATP 1: Adenosinetrifosfaat.
2: Auto-immuun trombopenie.
Atrium De voorkamer of boezem van het hart. Wordt ook wel met sinus (holte) aangeduidt.
Atrofie of atrophia Het verkleinen of verschrompelen van organen, vezels of weefsels door een teruggang in de voedingstoestand.
ATS 1: Anti-tetanus serum.
2: Anti-thymocyten serum.
ATT 1: Anti tetanus toxoïd.
2: Arginine tolerantie-test.
3: Anti toxine-titer.
4: Adrenaline Thorn test.
Au Symbool voor het goud (aurum) element uit het periodiek systeem.
AU 1: Anson eenheid of eenheden.
2: Allergie-unit.
AUC 1: Aminoglycosiden topconcentratie.
2: Oppervlakte onder de plasmaconcentratie/tijd-curve. De AUC is een maat voor de totale blootstelling (expositie) aan een geneesmiddel.
AUL Vertaald is dit: acute ongedifferentieerde leukemie. AOL wordt ook gebruikt.
Auraal Met betrekking tot het oor of gehoor.
Auris Oor.
Autisme Een storing in de ontwikkeling die meestal jong begint. Deze levert ernstige beperkingen op met betrekking tot de communicatieve en sociale vaardigheden. Er is tevens vaak sprake van een verstandelijke handicap en zich herhalende stereotiepe gedragspatronen.
Auto-immuunziekten Dit kunnen een hele rij ziekten zijn. Zij worden toegeschreven aan door het lichaam gevormde antistoffen die tegen eigen lichaamsweefsels werken.
Autonoom Onafhankelijk of zelfstandig, naar eigen wetten levend.
Autosomaal Het bijvoeglijk naamwoord van autosoom.
Autosoom Dit is een chromosoom dat geen geslachtschromosoom is.
AUV Amsterdamse universiteits-vereniging.
AV 1: Arterioveneus.
2: Atrioventriculair.
3: Atrium-ventrikel.
4: Accessore verbinding.
5: De gezichtsscherpte, acies visus.
6: Aanvullende verzekering.
7: Apothekers vereniging.
AVA 1: Arterioveneus aneurysma.
2: Arterioveneuze anomalie.
3: Afdelings-vertrouwensarts.
4: Arterioveneuze anastomose.
AVADI Aanvaardbare veilige en adequate dagelijkse inneming.
AVAG Academie verloskunde Amsterdam en Groningen.
Avasculair Geen vaten of bloedvaten bevattend.
AVC 1: Aberrante ventriculaire conductie.
2: Antilichaam-vormende cel.
3: Audiovisuele communicatie.
AVD Atrium-ventrikel-dual.
Aversie Afkeer of tegenzin.
AVG 1: Aangepaste (adaptieve) voorziening voor gehandicapten.
2: Arts voor verstandelijk gehandicapten.
3: Ambulante verslavingszorg Groningen.
AVIB Algemene vereniging van instellingen voor bejaardenzorg.
Avirulent Niet ziekte-verwekkend of giftig.
Avitaminose Een door gebrek aan vitaminen veroorzaakte aandoening of ziekte.
AVKV Alvleesklier vereniging.
AVL 1: Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis.
2: Agressie vragenlijst.
AVM 1: Arterio-veneuze malformatie.
2: Ayurvedisch massage therapeut.
AVMV Algemene vereniging medisch verzekerden.
AVN 1: Astrologische vakvereniging Nederland.
2: Antroposofische vereniging in Nederland.
3: Afasie vereniging Nederland. Afasie staat voor door hersenletsel veroorzaakte stoornissen.
AVO Aanvullende opvang.
AVP 1: Alcohol voorlichtingsplan.
2: Arginine-vasopressine.
AVRUEL Abdomino-vaginale radicale uterus-extirpatie en lymfeklieren-extirpatie.
AVSD Atrioventriculair septum-defect.
AVVV 1: Algemene vereniging verplegenden en verzorgenden.
2: Algemene vergadering verplegenden en verzorgenden. Sinds 1 augustus 2006 is de AVVV gefuseerd met de beroepsverenigingen tot verpleegkundigen en verzorgenden Nederland, namelijk de V&VN.
AVZ Actuariële voorziening ziektekostenverzekeringen.
AWBZ Algemene wet bijzondere ziektekosten. De AWBZ verzekert iedere Nederlander tegen 'onverzekerbare risico's', zoals het bekostigen van langdurige en chronische zorg. De AWBZ vergoedt (hoge) medische kosten die ziekenfonds-verzekeringen of particuliere ziektekosten-verzekeringen niet vergoeden. Onderzoek en preventieve maatregelen komen ook ten laste van de AWBZ.
De zorgbehoefte van mensen die in aanmerking komen voor de AWBZ wordt uitgedrukt in een zestal functies. Iemand kan een indicatie krijgen voor één of meer van de volgende functies:
  • persoonlijke verzorging,
  • verpleging,
  • ondersteunende begeleiding,
  • activerende begeleiding,
  • behandeling,
  • verblijf.
Iemand met een indicatiebesluit voor AWBZ-zorg heeft de keuze tussen zorg in natura en een persoonsgebonden budget ofwel PGB. Er is geen PGB mogelijk voor de functies behandeling en verblijf. Voor 'tijdelijk verblijf' gelden aparte regels.
De huishoudelijke verzorging is per 1 januari 2007 overgegaan uit de AWBZ naar de Wmo.
AWEG Academische werkplaats voor eerstelijns-gezondheidszorg.
AWI Aanvaardbare wekelijkse inname.
AWO Arbeidsmarkt-, werkgelegenheids- en opleidingsfonds voor de sector zorg en welzijn.
AWOB Arbeidsmarkt-, werkgelegenheids- en opleidingsfonds voor bejaardenoorden.
AWOZ Arbeidsmarkt-, werkgelegenheids- en opleidingsfonds voor het ziekenhuiswezen (ziekenhuizen).
AWW Algemene weduwen- en wezenwet.
Axilla Oksel.
Ayurveda Een manier van behandelen die onderdeel is van de traditionele geneeswijzen in India. De Ayurveda, als holistisch toegepaste natuurgeneeswijze, bestaat al vele eeuwen. Zie ook de aparte pagina over Ayurveda.
AZ 1: Academisch ziekenhuis.
2: Algemeen ziekenhuis.
3: Arachidonzuur. De afkorting AA wordt ook gebruikt.
AZA Algemeen ziekenfonds Amsterdam.
AZC Asielzoekers-centrum.
AZF Azoöspermie-factor.
AZG 1: Artsen zonder grenzen.
2: Academisch ziekenhuis Groningen. Het AZG is op 1 januari 2005 na een fusie het UMCG, ofwel universitair medisch centrum Groningen.
AZH Algemeen ziekenhuis.
AZI Algemene zwakzinnigen-inrichting.
AZM Academisch ziekenhuis Maastricht.
AZN 1: Ambulance zorg Nederland.
2: Academisch ziekenhuis Nijmegen of St. Radboud.
Azoöspermie Een veel te klein aantal of het afwezig zijn van zaadcellen (spermatozoa) in het zaad (ejaculaat) van de man. Een oorzaak van mannelijke onvruchtbaarheid.
AZR 1: AWBZ-brede zorgregistratie.
2: Aschheim-Zondek reactie.
3: Academisch ziekenhuis Rotterdam. Het AZR heet thans het Erasmus medisch centrum ofwel Erasmus MC.
AZS Autonoom zenuwstelsel.
AZT 1: Azidothymidine (azido-deoxythymidine).
2: Zidovudine, een middel (virustaticum) tegen infectie-ziekten. Het wordt toegepast bij een HIV-infectie.
AZU Academisch ziekenhuis Utrecht. Sinds 1999 is dit het universitair medisch centrum Utrecht, ofwel het UMC Utrecht.
ABCDEFGH I JKLMNOPQRSTUVWXYZ
homebioresonantiebiotensorcraniosacraalelectroacupunctuur
fytotherapiehomeopathiekleurenpunctuurorthomoleculairlinks
ayurvedanieuwscontactcurriculum vitaedisclaimertesten
• • • artikelenoverzicht van de website • lexicon • zoeken • • •