|
|
| Afkorting of woord: |
Verklaring: |
|
|
| B |
1: Bacillus. 2: Bacterium. 3: Biotine. 4: Afkorting voor bloed die internationaal gebruikt wordt. 5: Symbool voor het boor (borium) element uit het periodiek systeem. |
| Ba |
Symbool voor het barium element uit het periodiek systeem. |
| BA |
Bewegingsagogiek. |
| Babesiosis |
Een infectie met een protozoön, de Babesia, die door een teek wordt overgedragen. Deze infectie veroorzaakt een op malaria gelijkend ziektebeeld. Men noemt dit ook wel piroplasmose of piroplasmosis. We kennen de Babesia bovis, Babesia capreoli, Babesia divergens en Babesia microti. Deze parasiet wordt overgebracht op de mens door dezelfde teek, uit de Ixodes familie, die ook Borrelia burgdorferi veroorzaakt |
| BAC |
Bloed-alcoholconcentratie. |
| Bacil of Bacillus |
Een bacterie die staafvormig is. |
| Bacillair |
Veroorzaakt door bacillen. |
| Bacillose |
Een door bacillen verwekte ziekte. |
| Bacillurie |
Urine waarin bacillen gevonden worden. |
| Bacillus |
Zie bacil. |
| Bactericide |
In staat tot het doden van bacteriën. |
| Bactericidum |
1: Een bacteriedodende stof. 2: Geneesmiddel wat bacteriën doodt. |
| Bacterie |
Bacteriën zijn alom aanwezig, zeer klein en
kunnen zich ongelofelijk snel vermenigvuldigen. Het is een kernloos
ééncellig micro-organisme. In ons lichaam vinden
we zowel nuttige als schadelijke bacteriën. |
| Bacteriëmie |
Er kunnen in het hele lichaam infecties ontstaan wanneer er zich bacteriën in het bloed bevinden. Dit noemen we bacteriëmie. |
| Bacteriocide |
Zie bactericide. |
| Bacteriologie |
De kennis of leer der bacteriën. |
| Bacteriostase |
Het door remming van de deling of eiwitsynthese tegengaan van het vermenigvuldigen van bacteriën. |
| Bacteriurie |
Urine waar bacteriën in aangetroffen worden. |
| BADGE |
Bisfenol-A-diglycidylether. |
| Badkamereczeem |
Een huidziekte die door schimmels wordt veroorzaakt. De benaming zwemmerseczeem wordt ook gebruikt. |
| BADL |
Bijzondere activiteiten in het dagelijks leven. |
| BAF |
B-cel activerende factor. |
| BAG |
Bloedalcoholgehalte. |
| BaGZ |
Basis gezondheidszorg. |
| BAH |
Bio-arbeidshygiënisch. |
| BAL |
Broncho-alveolaire lavage. |
| Balantidium |
Een zich d.m.v. trilhaartjes voortbewegend trilhaardiertje of protozoön. |
| Balantidium coli |
Dit trilhaardiertje leeft parasitair in een gedeelte van de dikke darm, het colon of karteldarm, en kan enterocolitis veroorzaken. |
| Ballistocardiogram |
De door de hartactie teweeggebrachte terugstoot in het stelsel van slagaders kan in de vorm van een curve electrisch geregistreerd worden. |
| Ballonkuiten |
Bovenmatige dikte van de onderbenen. Meer precies in de kuiten, doordat er een sterke ontwikkeling van weefsel plaatsvindt zonder dat het aantal cellen toeneemt. |
| Balsem of balsamum |
Een smeersel wat etherische oliën bevat en gebruikt kan worden voor onder andere massage of verbandzalf. |
| BALT |
Bronchus geassocieerd lymfatisch of lymfoïd weefsel. Zie ook: CMIS, GALT, MALT, MIS, NALT en SALT. |
| BAM |
Bescherming akoestisch milieu. |
| BAO |
Vertaald is dit: basale zuuruitscheiding. |
| Barbituraat |
Een slaapmiddel in de vorm van een barbituurzuur verbinding. |
| BAS |
1: Bejegening, aandacht en sfeer. 2: Benzoëverbindingen, azokleurstoffen en salicylaten. Deze additieven in onze voeding kunnen leiden tot gedragsproblemen zoals onhandelbaarheid of depressies. |
| Basofiel |
Het zich kleuren met basische kleurstoffen uit aniline. Bijvoorbeeld basofiele cellen of basofiele korreling. |
| BATC |
Beroepsorganisatie therapeuten en belangen associatie consumenten. Zowel bij een bepaalde groep artsen en therapeuten als bij consumenten in de natuurgerichte gezondheidszorg bestaan behoeften om tot verbetering van de gezondheidszorg te komen. B.A.T.C is een meervoudige beroepsorganisatie die de belangen van zowel artsen als therapeuten, welke op hun vakgebied als natuurgeneeskundig therapeut meervoudige disciplines hanteren, behartigt. |
| BAV |
Beroepsorganisatie arbo-verpleegkunde. |
| BAZ |
Beleidskader arbeidsmarkt zorgsector. |
| BB |
1: Bufferbasen. 2: Besnier-Boeck. 3: Bekkenbodem. 4: Bilirubine, een voornamelijk in de milt gevormde galkleurstof die rood-bruin van kleur is. |
| BBA |
Besluit bereiding en aflevering van farmaceutische producten. |
| BBB |
1: Bio-Bifidobacterium bifidum. 2: Bloed-hersenbarrière. De afkorting BHB wordt ook gebruikt. |
| BBG |
Bureau bijwerkingen van geneesmiddelen. |
| BBI |
Bio-Bifidobacterium infantis. |
| BBRS |
Basis bio-regulatie systeem. Belangrijk binnen dit systeem zijn de cellen van bindweefsel, het autonoom zenuwstelsel, het hormonaal-systeem en het immuun-systeem. |
| BBS |
Besnier-Boeck sarcoïdose. |
| BBSBN |
BBS-belangenvereniging Nederland. |
| BBTB |
BBTB Beschikbaarheid, bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid. |
| BBZ-FNV |
Bureau beroepsziekten FNV. |
| BCAA |
Aminozuur met vertakte keten. |
| BCC |
1: Basaalcel carcinoom. 2: Basocellulair carcinoom. |
| B-cellen |
Zie B-lymfocyten. |
| BCG |
1: Zie ballistocardiogram. 2: Broncho centrische granulomatose. 3: Bacille of Bacillus Calmette Guérin. Het is een entstof (vaccin) in de vorm van een levend verzwakte stam van de staafvormige tuberkel-bacterie Mycobacterium bovis, afkomstig van runderen. Een vaccinatie met BCG geeft een immuniserende werking tegen tuberculose (TBC). Er blijft op de plaats van injectie een oppervlakkig litteken zichtbaar. BCG blijkt ook wel toegepast te worden bij blaaskanker. |
| BCND |
Vereniging van beoefenaars van complementaire en natuurlijke geneeswijzen voor dieren. |
| BCPS |
Bischloorfenylsulfon. |
| BCR |
1: B-celreceptor. 2: B-celreceptorcomplex. 3: Breekpunt chromosome regio. |
| BCS |
Budd-Chiari syndroom. |
| BD |
Biologisch-dynamisch. |
| BDE |
Bijna-dood-ervaring. |
| BDIH |
Bond Duitse industrie en handelsonderneming voor geneesmiddelen, voedingssupplementen, farmaceutische-, reform- en (natuur-)cosmetische producten. |
| BDL |
Bezigheden in het dagelijks leven. |
| Be |
Symbool voor het beryllium element uit het periodiek systeem. |
| BE |
1: Basen overschot. 2: Bethesda-eenheden. |
| Becquerel |
De eenheid van radioactieve straling of radioactiviteit. Afgekort: Bq. 1 becquerel = één verandering van een atoomkern per seconde. |
| Bedsonia |
Zich uitsluitend in de cel vermenigvuldigende ovale bacteriën. Men noemt ze ook wel Chlamydia. |
| BEJ |
Butanol-extraheerbaar jodium. |
| Bel |
Eenheid voor de intensiteit van geluid. |
| Benigne |
Goedaardig of ongevaarlijk. |
| Benigniteit |
Goedaardigheid. |
| Benzodiazepinen |
Een groot aantal geneesmiddelen met anti-epileptische, hypnotische, sederende of spierverslappende werkingen. |
| BEP |
Bleomycine, etoposide en cisplatine (platina), een combinatie van cytostatica. Na het uitzaaien (metastase) van testis-tumoren is BEP een veelgebruikt chemotherapie schema. |
| BER |
Bond van Europese reflexologen, afdeling Nederland. |
| Beroerte |
Zie cerebrovasculair. |
| BES |
Betrokkenen evaluatieschaal. |
| BEST |
Bio-electrische stimulatie therapie. |
| Bestrijdingsmiddel |
Zie: pesticide. |
| Bèta defensin |
Bèta defensin is één van de defensinen. Ze worden geacht in staat te zijn diverse, voor het lichaam schadelijke, organismen onschadelijk te maken. Ze zijn van belang voor een goede werking van de lichamelijke afweer of het immuunsysteem. Met behulp van een in het laboratorium uitgevoerd ontlastingsonderzoek kan de waarde van dit defensin bepaald worden. |
| BeTTEL |
Beroepsvereniging voor trainers en therapeuten emotioneel lichaamswerk. |
| BEWO |
Beschermd wonen. |
| BG |
Behandelend geneesheer. |
| BGA |
Belangenvereniging voor gehandicapten en arbeidsongeschikten. |
| BGD |
1: Bedrijfs-geneeskundige dienst. 2: Bedrijfs-gezondheids-dienst. |
| BGT |
Bilirubine-glucuronyl-transferase. |
| BGZ |
Bedrijfs-gezondheidszorg. |
| Bh |
Symbool voor het borium element uit het periodiek systeem. |
| BHA |
Butylhydroxyanisol of E320. |
| BHB |
Bloed-hersenbarrière. De Engelse afkorting BBB wordt ook gebruikt. |
| bHCG |
Bètahumane choriongonadotrofine. |
| BHET |
Beroepsvereniging holistisch energetisch therapeut. |
| BHK |
Baarmoederhals-kanker. |
| BHP |
Britse kruiden farmacopee (artsenijboek). |
| BHR |
Bronchiale hyperreactiviteit. |
| BHT |
1: Butylhydroxytolueen of E321. 2: Butylhydroxytoluol. |
| BHV |
Belangenvereniging hart- en vaatpatiënten. |
| bi- |
In samenstellingen: dubbel of tweevoudig. |
| Bi |
Symbool voor het bismut element uit het periodiek systeem. |
| BI |
1: Bekkeninstabiliteit. 2: Betrouwbaarheids-interval. |
| BIA |
Bioelectrische impedantie analyse. Er bestaat apparatuur om het lichaamsgewicht te beoordelen gebaseerd op bio-electrische analyse van de impedantie (BIA). Door middel van deze meting van de impedantie (weerstand) kan het vetgehalte van het lichaam bepaald worden. BIA gaat uit van de weerstand die een wisselstroom in het lichaam ondervindt. Stroom wordt slecht geleid door botten en vet maar veel beter door alle andere lichaamsweefsels. Deze electrische weerstand vormt daarmee de basis voor het berekenen van de vetvrije massa in het lichaam. Aan de hand hiervan wordt het percentage lichaamsvet afgeleid. De nauwkeurigheid van deze meting (vetmeting) is natuurlijk afhankelijk van de kwaliteit van het apparaat dat hiervoor gebruikt wordt. |
| BIBA |
Bijzondere individuele begeleidings-afdeling. |
| BIBO |
Bijzonder instituut voor bloedgroepen onderzoek. |
| BIC |
Borstprothesen informatiecentrum. |
| Bicarbonaat |
Zie natriumbicarbonaat. |
| Biceps |
De tweehoofdige of grote armspier. |
| bid |
Op een recept betekent dit: 2 maal daags (bis in die). |
| BIG |
Beroepen in de individuele gezondheidszorg. |
| BIH |
Benigne intracraniale hypertensie. |
| Bijnier |
Boven de nieren ligt deze dubbelzijdige klier met een afscheiding van het merg en de schors. |
| Bilirubine |
Een roodbruine galkleurstof, vooral gevormd door de milt. |
| BIND |
Bilirubine geïnduceerde neurologische dysfunctie. |
| Bindweefsel |
Dit is een steunweefsel met eiwitrijke vezels, wat zenuwen en bloedvaten bevat, met als functie het binden in en het omhullen van organen. |
| BIO |
Breed indicatie overleg. |
| Biofysica |
Het analyseren en bestuderen van natuurkundige invloeden op processen van biologische aard. |
| Biologie |
De wetenschap van al het materiaal wat leeft. |
| Bioresonantie |
De Bioresonantie-therapie wordt bedreven met een modern apparaat waarmee de therapeut een diagnose kan stellen en talloze klachten kan behandelen. Zie verder de aparte pagina over Bioresonantie. |
| Biotensor |
De Biotensor is in de praktijk zelfstandig inzetbaar maar ook in combinatie met het Bioresonantie-apparaat toe te passen. Zie ook de aparte pagina over Biotensor. |
| Biotine |
Biotine wordt ook wel vitamine B8 of vitamine H genoemd. |
| BIP |
Bronchiolitische interstitiële pneumonie. |
| BIS |
Bio-electrische impedantie spectroscopie. |
| Bismut |
In een aantal geneeskundige preparaten wordt dit metaal toegepast. |
| BIT |
1: Bio-informatie therapie. 2: Beroepen interesse test. |
| BJZ |
Bureau jeugdzorg. |
| Bk |
Symbool voor het berkelium element uit het periodiek systeem. |
| BKJ |
Bureau klachtondersteuning jeugdhulpverlening en jeugdbescherming. |
| BKPZ |
Bevordering kwaliteitsontwikkeling paramedische zorg. |
| BKZ |
Budgettair kader zorg. |
| BLA |
Bio-Lactobacillus acidophilus. |
| BLE |
Buiten-lichamelijke-ervaring. |
| BLM |
Bleomycine. |
| Bloeddruk |
De druk van het bloed in de grote slagaders. Deze
druk is afhankelijk van een aantal factoren en wordt gemeten in twee
waarden: de minimale of diastolische en de maximale of systolische. |
| Bloedgroep |
Dit is, compleet gezien, eigenlijk een tamelijk ingewikkeld verhaal. In de praktijk wordt de groep benoemd met A, B, AB of 0 (geen O maar nul). |
| Bloedspotmethode |
Het is voor sommige onderzoeken niet meer nodig om naar het ziekenhuis te gaan. Bij de bloedspotmethode prikt de patiënt zichzelf met een automatisch lancet in een vinger en laat één bloeddruppel in de cirkel op een voorbedrukt kaartje vallen. Na opdrogen van de druppel bloed wordt het kaartje in een plastic zakje gedaan en in een envelop per post naar het laboratorium gestuurd. Deze manier werkt efficiënt, is patiëntvriendelijk en tevens kostenbesparend. |
| B-lymfocyten |
Alle lymfocyten zijn van belang voor het afweersysteem. De B-lymfocyten of B-cellen maken antilichamen aan. Zie ook lymfocyt en T-lymfocyten. |
| BM |
1: Beenmerg. 2: Basale membraan. 3: Basaal metabolisme. |
| BMC |
1: Bureau voor medicinale cannabis. 2: Bindweefsel-mestcel. 3: Botmineraalgehalte. |
| BMD |
Bot mineralen densiteit of dichtheid. |
| BME |
Bezinkingsmaat van de erytrocyten ofwel rode bloedcellen. De afkorting BSE wordt ook gebruikt. |
| BMG |
1: Benigne monoklonale gammopathie. 2: Bot mineraal gehalte. |
| BMI |
Lichaams massa index, zie: quetelet. |
| BMR |
Bof-, mazelen- en rubella vaccin. BMR is een gevriesdroogd preparaat van levende en verzwakte bof-, mazelen- en rode hond (rubella) virussen. Al deze drie kinderziektes zijn zeer besmettelijk. Het BMR-vaccin werkt immuniserend tegen bof, mazelen en rode hond maar is niet altijd zonder bijwerkingen. |
| BMS |
Bristol Myers Squibb, een farmaceutisch bedrijf. |
| BMT |
Beenmerg-transplantatie. |
| BNP |
B-type natriuretisch peptide. Het hormoon BNP wordt door het hart aangemaakt. Dit gebeurt met name wanneer de linker kamer van het hart uitgerekt wordt en een te groot volume aan bloed moet rondpompen. BNP heeft een verlagend effect op de bloeddruk, bevordert de productie van urine en tevens het uitplassen van natrium. Hierdoor daalt het bloedvolume zodat het hart ontlast wordt. Het bepalen van BNP is van belang bij de diagnose, het vervolgen en de vooruitzichten (prognose) van hartfalen. BNP kan ook worden gebruikt voor de indeling van patiënten met acute hartklachten door verstopping van de kransslagaders (acuut coronair syndroom). |
| BNS |
De bijnierschors. |
| BOA |
Bloedoverdraagbare aandoening. |
| BOB |
Bevolkings-onderzoek naar borstkanker. |
| BOC |
Basis onderwijs cardiologie. |
| BOD |
Biologisch zuurstofverbruik. |
| Boelimie |
Zie boulimie. |
| Boezem |
Het atrium of de voorkamer van het hart. Wordt ook wel met sinus (holte) aangeduidt. |
| Bof |
Zie parotitis. |
| BOGIN |
Bond van de generieke geneesmiddelen-industrie Nederland. |
| BOKA |
Belangenvereniging voor orthopedagogen en klinisch pedagogen met academische opleiding. |
| Bombesine |
Een voornamelijk in de maag en pancreas
voorkomend enterohormoon. Wordt ook als GRP afgekort. |
| BOOG |
Borstkanker onderzoek groep. |
| BOPZ |
Wet bijzondere opnamen in psychiatrische ziekenhuizen. |
| Borrelia |
Deze bacterie behoort tot de spirocheten, dit zijn
dunne beestjes in de vorm van een spiraal. De Borrelia burgdorferi
verwekt de ziekte van Lyme en wordt overgebracht door de beet van een
teek, de Idoxes dammini. |
| BOS |
Buurt, onderwijs en sport. |
| BOSK |
Bond van ouders van spastische kinderen en motorisch gehandicapten. Mensen met een aangeboren motorische handicap, een spraaktaalstoornis of een schisis kunnen bij de BOSK terecht. De BOSK geeft informatie, adviseert, brengt lotgenotencontact tot stand en behartigt de belangen van mensen met een motorische handicap. |
| Boterzuur |
Butyraat, een vetzuur met korte keten uit onder andere boter. |
| Botontkalking |
Bot is net zoals huid en spieren levend weefsel. Het vernieuwt zichzelf voortdurend. In een normale situatie wordt er evenveel nieuw bot aangemaakt als er oud bot wordt afgebroken. Op deze manier blijft het bot optimaal gezond en sterk. Botverlies treedt op wanneer het evenwicht tussen botaanmaak en botafbraak verstoord is. Dat wil zeggen wanneer er meer bot wordt afgebroken dan aangemaakt. Men spreekt dan van osteopenie of osteoporose. |
| Botulisme |
In hiermee besmet vlees komt het toxine van Clostridium botulinum voor. Dit is een spoelvormige, zonder zuurstof levende (anaërobe), bacil. De schadelijke stoffen die worden gevormd werken voornamelijk op het zenuwstelsel in. |
| Boulimie of boulimia |
Bij boulimia (nervosa), het is een eetstoornis, komen onder andere onbeheerste vreetbuien en zelfopgewekt braken vaak voor. |
| Bovien of bovinus |
Met betrekking tot het rund. |
| BP |
Bindingsproteïne. |
| BPA |
1: Beroepsvereniging van psychologisch astrologen. 2: Bisfenol-A. BPA treffen we onder andere aan in kunststof flessen met bronwater en frisdrank, babyflessen, de coating van conservenblikken, witte tandvullingen en verpakkingen van voedsel. De afbraakproducten (metabolieten) van BPA worden ook aangetroffen in de menselijke urine en ze vertonen een op het hormoon oestrogeen lijkende werking. |
| BPD |
Bronchopulmonaire dysplasie. |
| BPH |
Goedaardige ofwel benigne prostatische hyperplasie. Bij ouder wordende mannen voorkomende vergroting van de prostaat. Dit komt door een overmaat testosteron en een bovenmatige groei van het weefsel zodat de urinebuis (plasbuis of urethra) gedeeltelijk dichtgedrukt wordt. Het gevolg is een veelvuldig moeten plassen terwijl de druk laag is. |
| BPI |
Bacterieel permeabiliteits-bevorderend eiwit. |
| BPPD |
Benigne paroxismale positie-duizeligheid. |
| BPR |
Bicepspeesreflex. |
| BPS |
Borderline persoonlijkheidsstoornis. |
| Bq |
De afkorting voor Becquerel. Zie aldaar. |
| Br |
Symbool voor het broom (bromium) element uit het periodiek systeem. |
| BR |
Biologische raad. |
| BRA |
Bio-regulatie analyse. |
| Branhamella |
Dit is een bacterie behorend tot het geslacht Neisseria (zie aldaar). |
| BRE |
Bio-resonante equivalenties. |
| Breedspectrum-antibiotica |
Deze antibiotica is werkzaam tegen vele micro-organismen en sommige virussen en heeft zodoende een 'breed' toepassingsgebied. |
| BRIC |
Benigne (ongevaarlijke) recidiverende intrahepatische cholestase. |
| BRIG |
Beroeps register integrale gezondheidszorg. |
| BRM |
Biologische respons modificeerder. Het is een stof, in staat tot het veranderen van de immuunrespons of het opwekken van een immunoreactie. |
| Bronchi |
Het meervoud van bronchus. |
| Bronchiaal |
Betrekking hebbend op de luchtwegen of luchtpijpen. |
| Bronchiën |
Zie bronchi. |
| Bronchitis |
Ontsteking van het slijmvlies in de vertakkingen
van de luchtpijp. Dit kan door o.a. bacillen, kokken
of virussen veroorzaakt worden. Er bestaan verschillende vormen van bronchitis. |
| Bronchus |
Vertakking van de luchtpijp of luchtweg. Het meervoud van bronchus is bronchi. |
| Broom |
Dit is één van de halogenen. |
| BSA |
Bovien serum albumine. |
| BSE |
1: De bezinkingssnelheid van de rode bloedcellen of erytrocyten. Deze snelheid, die bij man en vrouw verschillend is, kan tijdens een bloedonderzoek bepaald worden. 2: Boviene spongiforme encefalopathie. BSE staat ook bekend als de gekke koeien-ziekte. |
| BSF |
Broom-sulftaleïne. |
| BSG |
1: Besluit subsidiëring gezondheidscentra. 2: Beroepsvereniging van sociaal gerontologen. |
| BSM |
Beroepsvereniging voor synergene massage. |
| BSN |
Burger service nummer. |
| BSP |
Broomsulfaleïne of natriumsulfobromoftaleïne. |
| BSS |
Bernard-Soulier syndroom. |
| BST |
Beroepsvereniging van spiritueel therapeuten. |
| BT |
1: Biotechnologie. 2: Bewegingstherapie. 3: Beeldende therapie. |
| BTB |
Bundeltakblock. |
| BTC |
Basale temperatuur curve. |
| BTD |
Bloedtransfusie-dienst. |
| BTEX |
De aromatische koolwaterstoffen benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xyleen. |
| BTG |
Bètatromboglobuline. |
| BTV |
Blauwtongvirus. |
| BUN |
Bloed-ureum-stikstof(concentratie). |
| Burnout-syndroom |
Een toestand van emotionele, lichamelijke en psychische uitputting. |
| Bursitis |
Ontsteking van een slijmbeurs of bursa. |
| BUS |
Bonnevie-Ullrich syndroom. |
| Butyraat |
Boterzuur, een vetzuur met korte keten uit onder andere boter. |
| BV |
1: Bejaarden verzorgende. 2: Bejaarden verzorging. 3: Bacteriële vaginose. 4: Bloedvolume. |
| BVA |
1: Bureau vertrouwensarts. 2: Beroepsvereniging ambulancezorg. |
| BVAT |
Beroepsvereniging voor APS-therapie. |
| BVD |
Bovien virus diarree. |
| BVF |
1: Bewaking vitale functies. 2: Het BVF-platform is een vereniging van en voor biologische veiligheids-functionarissen. |
| BVG |
Bedrijfsvereniging voor de gezondheid. |
| BVK |
Beroepsvereniging voor kinesiologie. |
| BVN |
Borstkanker vereniging Nederland. |
| BVO |
Bevolkingsonderzoek. |
| BVP |
1: Beroepsvereniging van pedagogen. Na een fusie is dit nu de Phorza. 2: Beroepsorganisatie voor psychologische therapieën. |
| BVV |
Beroepsgroep verplegenden en verzorgenden. |
| BvZB |
Beroepsvereniging van zijnsgeoriënteerde begeleiders. |
| BW |
1: Borstwervel. 2: Beschermd wonen. 3: Biologische waarde. 4: Bindweefsel. 5: Begeleid wonen. |
| BWMC |
Bindweefsel-mestcel. |
| BZA |
Bijzondere zorgafdeling. |
| BZK |
Budgettair zorg kader. |
| BZO |
Borst zelfonderzoek. |
| BZU |
Basale zuuruitscheiding. |
| BZV |
Biochemisch zuurstofverbruik. |
| BZW |
Begeleid zelfstandig wonen. |
|
|